Oorsprong - Stamboom2012 - UNREGISTERED VERSION

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu

Oorsprong

Bij het Centraal Bureau voor Genealogie in Den Haag is een stuk tekst gevonden over de mogelijke oorsprong van de naam de Boo. Hieronder volgt deze tekst in onverkorte vorm.

'Volgens een familieoverlevering is het geslacht de Boo van Franse afkomst en de naam klinkt inderdaad was Frans. Op z'n Frans zou het dan Dubois, Le Beau of misschien zelfs De Baux geweest zijn. Volgens die overlevering zou de eerste de Boo een hugenoot geweest zijn die met drie zoons naar onze gewesten kwam. De zoons vestigden zich te Middelburg, te Brielle en in de Alblasserwaard, elk het aanzien gevend aan een tak van het geslacht.

Bij genealogisch onderzoek kan deze overlevering niet worden bevestigd. De grote uittocht van Hugenoten uit Frankrijk begon pas na 1685, de herroeping van het Edict van Nantes en de naam zou reeds in de 16e eeuw in Brielle voorkomen volgens opgave van de archivaris van die stad. Bij een eerste onderzoek blijken er wel concentraties de Boo's voor te komen op Walcheren, het eiland Voorne en in de Alblasserwaard, maar verder ook op IJselmonde en langs de grote rivieren de Lek, de Boven- en de Beneden Merwede, Oude Maas en de Brielse Maas. Met Werkendam en Willige Langerak overschrijden we de grens van de provincie Zuid-Holland.

De familieoverlevering zal dus wel ontstaan zijn om zowel de Fransklinkende naam als de spreiding, achteraf te verklaren. Hoewel niet aangetoond, is er mogelijk toch een samenhang tussen de Zuid-Hollandse de Boo's. Ze zijn beslist niet honkvast. Bijna nooit wonen er twee generaties in dezelfde plaats. Dit gecombineerd met het gegeven dat ze steeds langs de grote rivieren wonen, zou kunnen duiden op een samenhang en op een varend beroep of behorend tot het "dijkleger", zoals de 19e eeuwse de Boo's in de Alblasserwaard hebben uitgeoefend.  

Geheel onmogelijk is een Franse afkomst niet, gezien een zekere Pier du Bois die op 6 september 1602 in Gapinge een zoon Pieter liet dopen welke zich later de Boo noemde. Maar mogelijk betreft dit een incidenteel geval of moeten de Zeeuwse de Boo's als een apart geslacht worden gezien. Een betere verklaring van de naam is waarschijnlijk die welke wordt gegeven in het boek van A. Huizinga, Encyclopaedie van namen (Amsterdam 1955 p. 79) Boo = Bode. De naam is dan een beroepsnaam. Helaas geeft Huizinga geen bronvermelding. Op een lezing gehouden voor de afdeling Kennemerland van de N.G.V. in de vijftiger jaren werd de Boo, afkomstig uit Nijmegen, eveneens genoemd als een beroepsnaam. ook hier geen bronvermelding.  

Er bestaat geen twijfel over de interpretatie van de naam zoals die sinds het midden van de 13e eeuw in Antwerpen voorkomt.

Jan de Bo (in de Raadt's Soeaux armoriés Tome I p. 269 Johannes Bode senior genoemd) was stadsbode van Antwerpen en in 1264 schepen van die stad. Op zijn zegel uit dat jaar staat hij afgebeeld als bode met reis- staf (of lans) in de linkerhand en de bodestaf in de rechter.

Op de rug, aan een riem om de schouder of het middel, een brieventas, op het hoofd een puntige hoed. Omschrift: IOHANN : . NVNCII (Zegel van Johannes de Bode).  Dit zegel is afgebeeld op een Belgische postzegel van 3 Fr, in 1961 uitgegeven ter gelegenheid van de dag van de postzegel. Het bevindt zich in het archief van het Hospitaal van St. Elisabeth (Buitengew. III) te Antwerpen. De Raadt heeft de figuur kennelijk niet goed begrepen en spreekt van een vrouwenfiguur met lans en helm. Hij geeft meerdere zegels van andere Bode's (nazaten ?) o.a. een Jan Bode junior, die allen als wapen een geschaakte dwarsbalk voeren. In het manuscript "WAPEN/BOECK" (Bibliothéque Royale ms nos 19194-19204) vinden we enkele van deze wapens in kleur.’

Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu