Inleiding - Stamboom2012 - UNREGISTERED VERSION

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu

Inleiding

De oudste vermeldingen van het geslacht de Boo zijn te vinden in het oud-archief van de gemeente Brielle.

In de 15e en 16e eeuw werden telkens vier stadsboden aangesteld. Hun oorspronkelijke werk bestond uit het wegbrengen van brieven voor de magistraat, of het overbrengen van berichten. Zij werden dan ook "der stede messagier" genoemd. Later kregen zij verschillende nevenambten, zoals het ophalen van belastingen en de zorg voor het innen van de stedelijke accijnzen.

In de 17e eeuw breidden hun functies zich uit. Zo werden ze belast met het doen van besognes voor de weeskamer en met een functie bij verkopingen. Kortom, in die dagen was de stadsbode een man van gewicht, aan wie vaak belangrijke opdrachten werden gegeven.

Dat de familienaam de Boo afkomstig is van dit voor de stad zo belangrijke beroep is wel zeker. In de 15e en 16e eeuw komen verscheidene malen stadsboden voor die namen dragen welke in de familie de Boo veelvuldig voorkomen. Arent Thonisz. is stadsbode in 1416, Thonis Jansz. in 1551, Willem Ariëns. in 1558. De voor 1604 overleden Jan Thonisz. wordt vermeldt als stadsbode. Klaarblijkelijk werd de zoon benoemd in het beroep van de vader.

In het begin van de 17e eeuw vindt men ook mensen die nu eens de Boo en dan weer de Boode worden genoemd, alhoewel zij bijvoorbeeld van beroep zeeman zijn. De beroepsnaam is dan familienaam geworden
.

Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu